Planregels


Hoofdstuk 1.     Inleidende regels

 

Leeswijzer

Aan iedere bestemming zijn regels gebonden die te maken hebben met het gebruik van de grond en van de zich daarop bevindende bouwwerken. Om er zeker van te zijn dat u van alle rechten en plichten op de hoogte bent, wordt geadviseerd de planregels in de volgende volgorde te lezen:

Hoofdstuk 1: Inleidende regels (artikelen 1 tot en met 3);

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels( artikelen 4 tot en met 21);

Hoofdstuk 3: Algemene regels (artikelen 22 tot en met 29);

Als de gewenste activiteit niet binnen deze bepalingen past, dan kan aan de hand van een concreet initiatief bepaald worden of de ontwikkeling op basis van dit bestemmingsplan toch mogelijk is. Het volgende hoofdstuk 4 bevat namelijk een aantal zogeheten flexibiliteitregels.

Hoofdstuk 4:Flexibiliteitregels (artikelen 30 en 31)

Hier geldt als belangrijke randvoorwaarde de inpassing van de activiteit in het landschap. Het Beeldkwaliteitplan Buitengebied, dat de gemeenteraad op 20 december 2006 heeft vastgesteld, maakt dan ook onderdeel uit van dit plan.

Indien de door u gewenste activiteit ook niet mogelijk is op grond van deze flexibiliteitregels dan is deze alleen mogelijk indien het bestemmingsplan kan worden herzien. De gemeenteraad beslist hierover.

Hoofdstuk 5: Overgangs- en slotregels (artikelen 32 en 33)

Hier wordt een regeling gegeven voor bebouwing en gebruik die afwijken van dit bestemmingsplan.

De toelichting van het bestemmingsplan geeft u meer inzicht in de bedoelingen van het totale bestemmingsplan.

 

 

Artikel 1.          Naamgeving

 

Dit plan kan worden aangehaald als wijzigingsplan “Paashoefsedijk 14, De Mortel

 

Artikel 2.          Begrippen

 

Toelichting

Een bestemmingsplan moet zo duidelijk mogelijk aangeven wat wel en wat niet op een bepaalde locatie is toegestaan en ook wat de ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Om die duidelijkheid te geven, moet een aantal kernbegrippen dat wordt gebruikt, duidelijk worden omschreven. In artikel 2 Begrippen wordt een juridisch sluitende omschrijving gegeven van een aantal begrippen uit het plan. Voor degenen die met het plan te maken krijgen, betekent een goede begripsomschrijving een stuk zekerheid. Immers bij het toetsen van aanvragen om vergunning, ontheffing of wijziging op grond van het bestemmingsplan zullen burgemeester en wethouders deze begripsomschrijvingen in voorkomende gevallen – moeten – hanteren. Dit geldt ook voor de rechter, die een besluit moet beoordelen als daartegen beroep of hoger beroep is ingesteld.

 

Plan

Het wijzigingsplan “Paashoefsedijk 14, De Mortel” van de gemeente Gemert- Bakel zoals vervat in de verbeelding en de bijbehorende regels.

 

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO 1652.WPPaashoefsedk14-ON01. met de bijbehorende regels en bijlagen.

 

Verbeelding

De verbeelding, waarop de bestemmingen en aanduidingen van de gronden die in het plangebied zijn gelegen, zijn aangegeven.

 

Aanbouw

Een gebouw, dat aan het hoofdgebouw is gebouwd en dat in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

 

 

 

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge deze regels de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/ of het bebouwen van gronden.

 

Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

 

Aan huis verbonden bedrijf

Het door een van de bewoners aan huis, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit, niet zijnde detailhandel of prostitutie, door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een (bedrijfs)woning met de daarbij behorende bijbouwen kan worden uitgeoefend.

 

Aan huis verbonden beroep

Het door een van de bewoners beroepsmatig aan huis verrichten van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, kapsalon, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, prostitutie uitgezonderd, dat door zijn beperkte omvang met behoud van de woonfunctie in een (bedrijfs) woning met de daarbij behorende bijbouwen kan worden uitgeoefend.

 

Aardkundige waarden

De waarden die aan gronden zijn toegekend vanwege het aanwezig zijn van geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en/of processen.

 

Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen

Commissie van deskundigen op het gebied van agrarische bedrijfsactiviteiten en agrarische ontwikkelingen die gemeenten adviseert over aanvragen op dit beleidsterrein. De commissie is ingesteld door de Stichting Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen te Tilburg die op haar beurt is opgericht door de Stichting Advisering Buitengebied te Tilburg.

 

Adviescommissie Glastuinbouw

Commissie van deskundigen op het gebied van glastuinbouw die gemeenten adviseert over aanvragen op dit beleidsterrein. De commissie is ingesteld door de Stichting Adviescommissie Glastuinbouw te Tilburg die op haar beurt is opgericht door de Stichting Advisering Buitengebied te Tilburg.

 

Adviescommissie Toerisme en Recreatie

Commissie van deskundigen op het gebied van recreatie en toerisme die gemeenten  adviseert over aanvragen op dit beleidsterrein. De commissie is ingesteld door de Stichting Adviescommissie Toerisme en Recreatie te Tilburg die op haar beurt is opgericht door de Stichting Advisering Buitengebied te Tilburg.

 

Afhankelijke woonruimte

Een bijbouw die qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.

 

Agrarisch bedrijf

Een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en /of het houden van dieren en dat een omvang heeft van tenminste 8 Nederlandse grootte eenheden (Nge).

 

Agrarisch gebruik

Het gebruik van gronden of gebouwen voor het telen van gewassen of het houden van dieren.

 

Agrarisch loonwerkbedrijf

Een agrarisch verwant bedrijf dat met behulp van landbouwwerktuigen werkzaamheden verricht voor agrarische bedrijven, zoals grond- en oogstwerkzaamheden.

 

Agrarische waarden

De waarden die aan een gebied zijn toegekend vanwege de goede mogelijkheden voor de uitoefening van een doelmatige, agrarische bodem- en /of bedrijfsexploitatie.

 

Archeologisch monument

Terrein dat op basis van de Monumentenwet 1988 is aangewezen als beschermd archeologisch monument.

 

Archeologische waarden

De waarden die aan gronden zijn toegekend in verband met de daar voorkomende archeologische relicten.

 

Architectonische waarden

De waarden, die aan een gebouw zijn toegekend vanwege de karakteristieke bouwkunst, bouwstijl of bouwvorm.

 

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

Bebouwingsconcentratie

Een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster.

 

Bebouwingscluster

Een vlakvormige verzameling van gebouwen in het buitengebied.

 

Bebouwingslint

Een lijnvormige verzameling gebouwen langs een weg in het buitengebied, enkelzijdig of dubbelzijdig aanwezig, met geringe afstanden tussen de bouwkavels, veelal met een historisch gegroeide menging van kleinschalige buitengebied- en niet- buitengebiedfuncties.

 

Bebouwingspercentage

Een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

 

Bebouwingsvrije zone bij een leiding

Een vrijwaringzone aan weerszijden van de hartlijn van de leiding die obstakelvrij moet blijven om een veilig en bedrijfszeker transport te waarborgen en ter bescherming van gevaar voor personen en goederen in de directe omgeving van de leiding

 

Bedrijf

Een organisatorische eenheid, waarbinnen op een bepaalde locatie commerciële activiteiten worden uitgeoefend.

 

Bedrijf- agrarisch verwant

Een bedrijf met een verwantschap aan de agrarische sector, waarin gebruik wordt gemaakt van land- en tuinbouwmethoden, dieren worden gehuisvest of werkzaamheden voor agrarische bedrijven worden verricht met behulp van landbouwwerktuigen met uitzondering van mestbewerkingsbedrijven. Voorbeelden zijn: dierenasiels, -pensions en -klinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, maneges, paardenpensions, stalhouderijen, loonwerkbedrijven, inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen, veetransportbedrijven, veehandelsbedrijven en proefbedrijven.

 

Bedrijf- niet agrarisch

Een ambachtelijk of industrieel bedrijf, niet zijnde een agrarisch of een agrarisch verwant bedrijf of detailhandel, gericht op de productie of het verwerken of bewerken van goederen.

 

Bedrijfsgebouw

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, met uitzondering van de bedrijfswoning, dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.

 

Bedrijfsplan

Een rapport, waarin op een objectieve wijze inzicht wordt gegeven in de bedrijfseconomische, bedrijfstechnische en eventuele andere aspecten die beoordeeld moeten worden bij het toetsen van de aanvaardbaarheid van ontwikkelingen waarvoor deze planregels in principe mogelijkheden bieden.

 

Bedrijfswoning

Een woning in of bij een gebouw of op een bestemmingsvlak, die uitsluitend is bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het bestemmingsvlak, noodzakelijk is.

 

Beeldbepalend pand

Een pand dat door zijn uiterlijke verschijningsvorm en ligging in het landelijke gebied nog laat zien hoe er vroeger landbouw bedreven werd en hoe er in het landelijke gebied gewoond en gewerkt werd. Boerderijen die gebouwd zijn voor 1950 worden in ieder geval als beeldbepalend pand aangemerkt.

 

Beeldkwaliteit

Beeldkwaliteit is het samenstel van de beoordeling van:

De plaats van de bebouwing (in het verleden en nu);

De maten en verhoudingen van de gebouwen (in het verleden en nu);

Het ritme of patroon van de bebouwing langs de weg, (in het verleden en nu);

De beplanting, langs de openbare weg en op de particuliere gronden;

Het materiaalgebruik voor de bebouwing en de straat;

Het functioneren van de bebouwing (denk aan parkeren, geluidsoverlast e.d.);

Kenmerkende objecten (een molen, kerk, bos, houtwal, kunst e.d.);

Staat van verzorging (detaillering en onderhoud van gebouwen, weg- en bermonderhoud, verlichting e.d.); abiotische omgeving, patronen, structuren;

 

Beeldkwaliteitplan buitengebied

Geformuleerde en toetsbare beeldkwaliteiten opgenomen in een als zodanig door de raad vastgesteld beeldkwaliteitplan als onderdeel van de welstandsnota.

Het plan zoals het door de gemeenteraad op 20 december 2006 is vastgesteld en zoals het luidt op de datum van ter visie legging van het onderhavige bestemmingsplan waarvan het onderdeel uitmaakt.

 

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

 

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. Het bestemmingsvlak is de ruimtelijke eenheid, waarbinnen de bebouwing, de ondersteunende voorzieningen en de groene erfinrichting ten behoeve van de desbetreffende bestemming zijn geconcentreerd.

 

Bestemmingsvlak, relatie

Twee of meer als zodanig op de verbeelding aangeduide vlakken, die met de aanduiding “relatie” met elkaar zijn verbonden en die gezamenlijk als één bestemmingsvlak worden aangemerkt.

 

Bosbouw

Het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen, ten behoeve van één of meerdere van de functies natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie.

 

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

 

Bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd.

 

Bouwwerk

Elke bouwconstructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

 

 

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Een bouwwerk bestaande uit een gesloten bovenbeëindiging en ten hoogste één, al dan niet tot het bouwwerk behorende scheidingsconstructie. Voorbeelden hiervan zijn de overkapping en carport.

 

Bijbouw

Een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

 

Cultuurhistorische waarden

De waarden die aan een gebied of object worden toegekend in verband met het voorkomen van archeologische waarden, bouwkundige waarden of historische landschapswaarden al dan niet in onderlinge samenhang of beïnvloeding. Er is dan sprake van een driedeling:

archeologische waarden;

bouwkundige waarden of waarden van de gebouwde (of: bebouwde) omgeving;

historische landschapswaarden of historisch- geografische waarden;

 

Centrale voorziening

Een voorziening ten behoeve van het functioneren van een recreatief bedrijf, zoals gemeenschappelijke voorzieningen voor recreatieve activiteiten, sanitaire voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het beheer en onderhoud, niet zijnde een dienstwoning.

 

Dagrecreatie

Het verblijf voor recreatieve doeleinden elders dan in of bij de eigen woning zonder dat daar een overnachting elders mee gepaard gaat.

 

Defensiezones

Radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel alsmede zoneringen gelegen rondom Vliegbasis De Peel: Inner Horizontal en Conical Surface, invliegfunnel, munitiezones, KE-zones en geluidszone grondgebonden geluid.

 

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

 

Dierenpension / -asiel

Een bedrijf dat is gericht op de tijdelijke opvang en verzorging van kleine huisdieren.

 

Duurzame locatie intensieve veehouderij

Een bestaand agrarisch bestemmingsvlak met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieu -oogpunt ( ammoniak, stank en dergelijke) als vanuit ruimtelijk oogpunt ( natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is het te laten uitgroeien.

 

Evenemententerrein

Een terrein waar periodiek terugkerende evenementen worden gehouden, zoals een kermis, kindervakantieweek, festival etc.

 

Extensieve recreatie

Die vormen van recreatie welke in hoofdzaak gericht zijn op natuur- en landschapsbeleving en die naar hun aard harmoniëren met natuur en landschap, zoals wandelen, fietsen, skeeleren, kanoën en paardrijden.

 

Extensiveringsgebied

Een ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied met het primaat wonen of natuur, waar uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van in ieder geval intensieve veehouderij onmogelijk is of in het kader van de reconstructie onmogelijk zal worden gemaakt.

 

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

 

Gebruiken

Gebruiken, doen of laten gebruiken.

 

Glastuinbouwbedrijf

Een niet grondgebonden agrarisch bedrijf waarbij de productie geheel of overwegend plaatsvindt in permanente kassen of tunnels met een hoogte van 1 meter of meer.

 

Groene erfinrichting

Een groenelement, bestaande uit beplanting en / of andere groenelementen, zoals een poel of een vlinderweide, dat gelegen is binnen een bestemmingsvlak. De groene erfinrichting is van belang voor het behoud of versterken van de beeldkwaliteit ter plaatse.

 

Groepsaccommodatie

Een gebouw dat geheel of gedeeltelijk bedrijfsmatig ingericht is ten behoeve van recreatief nachtverblijf en dat als zodanig is bestemd (recreatiebedrijf) of als zodanig is aangeduid (“s-nevr”)

 

Grondgebonden agrarisch bedrijf

Een agrarisch bedrijf, waarvan de productie geheel of overwegend afhankelijk is van het productievermogen van de gronden die bij het bedrijf behoren en die in de directe omgeving van het bedrijf zijn gelegen.

Als grondgebonden bedrijf worden in ieder geval aangemerkt: akkerbouw- , fruitteelt- en vollegrondtuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant. Melkveebedrijven kunnen in de meeste gevallen, gezien de wijze waarop ze geëxploiteerd worden, ook worden aangemerkt als grondgebonden bedrijf.

 

Hekwerk

Een bouwwerk met als functie erf- of perceelsafscheiding.

 

Hervestiging agrarisch bedrijf

Het verplaatsen van een bestaand agrarisch bedrijf van het ene agrarisch bestemmingsvlak naar een ander agrarisch bestemmingsvlak.

 

Hoofdgebouw

Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste gebouw valt aan te merken.

 

Hoofdverblijf

De plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene en welke een voor permanente bewoning geschikte verblijfsplaats is, die tenminste bestaat uit een keuken, woon- , was- en slaapgelegenheid.

 

Hotel

Accommodatie voor het bedrijfsmatig verstrekken van logies.

 

Horecavoorzieningen

Voorzieningen voor het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse en/ of waar gelegenheid wordt geboden voor bedrijfsmatig logies en dat als zodanig is aangeduid (h).

 

Hoveniersbedrijf

Een bedrijf dat is gericht op het kweken en verkopen van planten en siergewassen en het aanleggen en onderhouden van tuinen, vijvers en andere groenvoorzieningen.

 

Huishouden

Een aantal door eerstegraads familie- of vergelijkbare band aan elkaar gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde gemeenschappelijke voorzieningen en de gezamenlijke toegang in één wooneenheid (zoals een gezin, een gezin met inwonende familieleden of een woongroep).

 

Infiltratie

Het doorsijpelen van water door de bodem naar het grondwater.

 

 

 

 

Integrale omgevingstoets

De toets die plaatsvindt om de aanvaardbaarheid van een voorgenomen ontwikkeling op ruimtelijke (natuur, landschap, beeldkwaliteit, waterhuishoudkundige aspecten) en milieuhygiënische aspecten te beoordelen.

 

Inwoning

Het gebruik maken van extra woonruimte in een bestaande woning dan wel in een volgens dit bestemmingsplan toegestane aanbouw ten behoeve van huisvesting van één huishouden.

 

Intensieve veehouderij

Een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, uitgezonderd grondgebonden melkveehouderij

 

Kampeermiddel

Een tent, vouwwagen, kampeerauto of een caravan, met uitzondering van stacaravans, dan wel enig ander onderkomen of voertuig of gedeelte daarvan, dat geen bouwwerk is en dat geheel of gedeeltelijk blijvend is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

 

Kampeerterrein

Een terrein dat geheel of gedeeltelijk is ingericht voor en blijkens die inrichting ook bestemd is om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

 

Kas

Een permanent gebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal en dat dient voor het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen.

 

Kennel

Een bedrijf dat is gericht op het fokken, het verzorgen en het africhten van honden.

 

Kernrandzone

Een overgangszone tussen bebouwde kom en buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte en/of afnemende agrarische functie.

 

Klein geïsoleerd water

Een oppervlaktewater met een natuurlijke bodem zoals zand, leem, of klei, dat niet in verbinding staat met ander oppervlaktewater.

 

Landbouwontwikkelingsgebied

Een ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied met het primaat landbouw dat geheel of gedeeltelijk voorziet, of in het kader van de reconstructie zal voorzien, in de mogelijkheid tot uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van intensieve veehouderij.

 

Landschappelijke waarden

De aan een gebied toegekende waarden, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied, welke worden bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.

 

Landschapscamping

Een op bedrijfsmatige wijze geëxploiteerd terrein dat is ingericht voor verblijfsrecreatie in uitsluitend kampeermiddelen met een beperkte dichtheid en een gemiddelde grootte per standplaats van 300 m2.

 

 

Manege

Een bedrijf dat faciliteiten biedt voor beoefenaars van de paardensport, zoals het geven van paardrijlessen en het verzorgen, dresseren en trainen van paarden en pony’s.

 

Mantelzorg

Het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak. De zorgverlening vindt plaats op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.

 

Milieucategorie

De milieucategorie die aan een bepaalde bedrijfsactiviteit is toegekend in de Brochure Bedrijven en milieuzonering, editie 2009, uitgebracht door de Vereniging van Nederlandse Gemeente ISBN 9789012130813 zoals deze luidt op de datum van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

 

Minicamping

Een kampeerterrein waarop na ontheffing maximaal 25 kampeermiddelen mogen worden geplaatst gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober.

 

Monument of monumentale bebouwing

Bebouwing, die geheel of gedeeltelijk is aangegeven als rijksmonument of als gemeentelijk monument.

 

Natuurwaarden

De waarden die aan een gebied zijn toegekend in verband met het voorkomen van biotische en/of abiotische elementen die bijdragen aan de diversiteit en natuurlijkheid van een gebied.

 

Nederlandse grootte-eenheid (NGE)

Een economische maatstaf, die periodiek wordt herzien door het Landbouw Economisch Instituut (Lei) en met behulp waarvan de bedrijfsomvang en het bedrijfstype van agrarische bedrijven worden vastgesteld.

 

Nevenfunctie / nevenactiviteit

Het ontplooien van activiteiten op een bestemmingsvlak die niet rechtstreeks de uitoefening van de hoofdbedrijfsvoering betreffen.

 

Niet grondgebonden agrarisch bedrijf

Een agrarisch bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengende vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Voorbeelden zijn: intensieve veehouderijen, champignonkwekerijen, witlofkwekerijen, viskwekerijen en wormenkwekerijen.

 

Nieuwvestiging agrarisch bedrijf

De projectie van een agrarisch bestemmingsvlak op een locatie die volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan niet is voorzien van een bestemmingsvlak. Nieuwvestiging kan betrekking hebben op het oprichten van een nieuw agrarisch bedrijf, het splitsen van een bestaand agrarisch bedrijf in twee of meer bestemmingsvlakken, dan wel het verplaatsen van een bestaand agrarisch bedrijf naar een nieuw bestemmingsvlak.

 

Omgevingskwaliteit

Waarde, die aan een gebied wordt toegekend in verband met het voorkomen van cultuurhistorische, aardkundige, milieuhygiënische, natuurlijke en/of architectonische waarden van de bebouwde en onbebouwde omgeving.

 

Omschakeling agrarisch bedrijf

Het geheel, dan wel in overwegende mate binnen een bestaand agrarisch bestemmingsvlak overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar een andere agrarische bedrijfsvorm (grondgebonden agrarisch bedrijf, niet-grondgebonden agrarisch bedrijf anders dan intensieve veehouderij, intensieve veehouderij, glastuinbouwbedrijf). Onder omschakeling wordt ook verstaan het omzetten van een niet-agrarisch bestemmingsvlak in een agrarisch bestemmingsvlak.

 

 

 

Onverharde weg

Een onverharde weg met beperkt gebruik als ontsluitingsweg van de daaraan gelegen gronden zonder verkeersbetekenis en met landschappelijke, ecologische en/of cultuurhistorische betekenis.

 

Overname agrarisch bedrijf

Het overnemen en op dezelfde voet voortzetten van een bestaand agrarisch bedrijf op een bestaand agrarisch bestemmingsvlak.

 

Overkapping

Een bouwwerk, aangebouwd aan een gebouw of een ander bouwwerk, bestaande uit een gesloten bovenbeëindiging en ten hoogste één, al dan niet tot het bouwwerk behorende scheidings-constructies.

 

Paardenhouderij

Het bedrijfsmatig houden en stallen van paarden en pony’s hieronder begrepen activiteiten als africhten, trainen, berijden en fokken ervan.

 

Perceelsgrens

Een kadastrale grens van een perceel.

 

Permanente bewoning

Bewoning van een ruimte als hoofdverblijf.

 

Reconstructieplan De Peel

Het reconstructieplan De Peel dat Provinciale Staten van Noord-Brabant op 22 april 2005 hebben vastgesteld op grond van artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden en waarop bij besluit van 27 juni 2008 een correctieve herziening is vastgesteld. Dit reconstructieplan heeft onder meer betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente Gemert- Bakel.

 

Recreatiebedrijf

Een bedrijf dat gericht is op het bieden van mogelijkheden ten behoeve van recreatief dag- en nachtverblijf zoals een kampeerterrein/ camping en een kamphuis.

 

Recreatieve nevenactiviteiten

Die vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben op een locatie met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik.

 

Recreatiewoning/ zomerhuis/chalet

Een gebouw dat dient als recreatiewoonverblijf, waarvan de gebruiker zijn hoofdverblijf elders heeft.

 

Ruimte voor Ruimte

Beleidsregel van de provincie Noord Brabant die Gedeputeerde Staten van Noord Brabant in juli 2008 hebben vastgesteld. De beleidsregel maakt het mogelijk om bouwrechten te verwerven voor de bouw van woningen in ruil voor het slopen van stallen in gebruik voor intensieve veehouderij en het uit de markt nemen van de bijbehorende mestproductierechten.

 

Ruimtelijke kwaliteit

Het behoud en de versterking van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorisch waardevolle kwaliteiten maar ook een verbetering van de kwaliteit van de bebouwde omgeving.

 

Teeltondersteunende voorziening

Voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om de volgende doelen na te streven:

verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en – verlating, terugdringing van onkruidgroei en vraatschade;

verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen;

bereiken van positieve effecten op milieu en water ( bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water;

voldoen aan de kwalitatieve eisen die de afnemers aan de producten stellen (visueel aantrekkelijke producten eisen bijvoorbeeld hoge en/of overdekte teelt);

 

Voorbeelden zijn: boog- en gaaskassen, hagelnetten, (folie)kassen, tunnels, containervelden, teeltbakken op stellingen, regenkappen, schaduwhallen, insectengaas.

 

Er wordt onderscheid gemaakt in:

 

Teeltondersteunende kas:

Een voorziening bij een agrarisch bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, in de vorm van een kas zoals die elders in dit artikel is gedefinieerd. Bijvoorbeeld schuurkassen, boog- en gaaskassen van meer dan 1,5 meter hoog.

 

Permanente teeltondersteunende voorziening:

Een voorziening die in principe voor onbepaalde tijd wordt aangebracht. Voorbeelden hiervan zijn: bakken op stellingen, regenkappen, verwarmde aspergebedden en containervelden.

 

Tijdelijke teeltondersteunende voorziening:

Een voorziening, die zo lang de teelt het vereist, op een bepaalde locatie gebruikt wordt met een maximum van zes maanden per jaar. Een tijdelijke voorziening heeft een directe relatie met het grondgebruik. Voorbeelden hiervan zijn: folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, hagelnetten.

 

Overige teeltondersteunende voorziening:

Een voorziening die niet valt onder een van de hiervoor genoemde categorieën. Een voorbeeld hiervan zijn boomteelthekken.

 

Trekkershut

Een houten blokhut met maximale grootte van 15 m², waarvoor een bouwvergunning is vereist en dat dient als recreatief nachtverblijf voor wisselende groepen van recreanten, die elders hun hoofdverblijf hebben.

 

Tuincentrum

Een bedrijf, waar planten en siergewassen worden gekweekt maar waar de hoofdactiviteit bestaat uit de detailhandel in planten, siergewassen en andere goederen en materialen voor het aanleggen, onderhouden of verfraaien van tuinen.

 

Uitbreiding agrarisch bedrijf

Vergroting van het bestaande bouwblok

 

Veehandelsbedrijf

Een bedrijf dat is gericht op het tijdelijk onderbrengen en verhandelen van vee.

 

Veiligheidszone bij een leiding

Een zone aan weerszijden van de hartlijn van een leiding die op basis van richtlijnen en/of regelgeving van het ministerie van VROM en/of het ministerie van Defensie is toegekend en die toeziet op de externe veiligheid. Binnen deze zone mag geen opslag plaatsvinden of gebouwd worden zonder toestemming van de leidingbeherende instantie.

 

Verbrede landbouw

Het ontplooien van activiteiten op een agrarisch bestemmingsvlak, die ruimtelijk inpasbaar zijn en verbonden zijn aan de bestaande te behouden agrarische bedrijfsvoering.

 

Verharde weg

Een verharde weg (op basis van de wegenlegger) met als functie ontsluiting van de daaraan gelegen agrarische bedrijven, woningen en gronden, zonder doorgaand karakter met beperkte verkeersfunctie.

 

Verplaatsing van een agrarisch bedrijf

Het beëindigen van een intensieve veehouderij en het voortzetten van het bedrijf elders.

 

Verwevingsgebied

Een ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied gericht op verweving van landbouw, wonen en natuur, waar hervestiging of uitbreiding van de intensieve veehouderij mogelijk is mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten

 

Vollegrondtuinbouw

Het telen van tuinbouwproducten rechtstreeks in de bodem zonder dat er gebruik wordt gemaakt van enige teeltondersteunende voorziening.

 

Vollegrondboomteelt

Het telen van (laan)bomen rechtstreeks in de bodem zonder dat er gebruik wordt gemaakt van enige teeltondersteunende voorziening.

 

Volwaardig agrarisch bedrijf

Een agrarisch bedrijf dat de arbeidsomvang heeft van tenminste één volledige arbeidskracht en waarvan de continuïteit ook op langere termijn in voldoende mate is verzekerd.

 

Voorgevelrooilijn

Langs de wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, die zo veel mogelijk het beloop van de voorgevels van de bestaande bebouwing volgt met een zo veel mogelijk gelijkmatig beloop overeenkomstig de richting van de weg;

Bij het ontbreken van bebouwing als bedoeld onder a. De denkbeeldige lijn die gevormd wordt door de krachtens deze planregels toegelaten bebouwing;

 

Vormverandering van een bestemmingsvlak

Een wijziging van de begrenzing van een bouwblok zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte.

 

Vrijkomende/voormalige agrarische bedrijfslocatie (VAB)

Een agrarisch of niet-agrarisch bestemmingsvlak waarop in het verleden een agrarisch bedrijf werd uitgeoefend en waarvan de bedrijfsgebouwen nog geheel of gedeeltelijk bestaan.

 

Waterberging

Het in tijden van overvloedige neerslag tijdelijk vasthouden van water.

 

Waterhuishouding

De wijze waarop water in een bepaald gebied wordt opgenomen, zich verplaatst, gebruikt, verbruikt en afgevoerd wordt.

 

Woning

Een (gedeelte van een) gebouw dat met noodzakelijke vergunning gerealiseerd is met de doelstelling om één huishouden te huisvesten.

 

Woonboerderij

Een gebouw dat bestaat uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met de in de bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten.

 

Woonunit

Een verplaatsbaar bouwwerk, bestaande uit één bouwlaag dat geschikt is voor het tijdelijk huisvesten van een of meer personen.

 

Artikel 3.          Wijze van meten

 

Toelichting

Wat geldt voor de begripsbepalingen, geldt ook voor de wijze van meten, de manier dus waarop wordt vastgesteld of in een concreet geval voldaan wordt aan de toegestane hoogte, breedte, oppervlakte, onderlinge afstand, etc. Het bestemmingsplan moet duidelijk aangeven hoe er moet worden gemeten.

 

Algemeen

De bepalingen in deze planregels over plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op goot- en kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels, schoorstenen en soortgelijke ondergeschikte bouwdelen.

 

 

Peil

Bij gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst, is het peil de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang. In andere gevallen is het peil de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

 

Meetregels

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

 

De dakhelling

Langs het dakvlak gemeten ten opzichte van het horizontale vlak.

 

De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel met dien verstande dat:

goten van het totaal aan dakkapellen met een gezamenlijke kleinere breedte dan 50% van de breedte van het dakvlak, waarin zij zijn geplaatst, topgevels, schoorstenen, antennes en andere ondergeschikte bouwdelen, niet meegerekend worden;

de goothoogte van gebouwen met een rieten kap wordt gemeten vanaf het peil tot de onderkant van de rieten kap;

voor platte daken geldt: vanaf het peil tot de snijlijn van de gevel met de bovenzijde van het dakvlak.

 

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Ruimten, die tot 1 meter onder het peil zijn gelegen worden niet meegeteld bij het berekenen van de inhoud van een gebouw.

 

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

 

De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren)

 

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/ of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

 

Bebouwd oppervlak

Het gezamenlijke oppervlak op een bestemmingsvlak van de gebouwen, en van uitsluitend die vrijstaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die een overdekte ruimte vormen tenminste 1 meter boven peil. Het oppervlak van de bouwwerken wordt gemeten door middel van projectie en wel 1 meter boven peil.

 

De breedte van een bestemmingsvlak

Tussen de twee zijdelingse grenzen van het bestemmingsvlak, gemeten op een afstand van 10 meter van de naar de zijde van de weg gekeerde bestemmingsgrens.

 

De afstand tot een perceelsgrens

De afstand tot de zijdelingse/achterste perceelgrens: de kortste afstand van enig punt van een gebouw of bouwwerk tot de zijdelingse/achterste perceelgrens.

 


Hoofdstuk 2.              Bestemmingsregels

 

Artikel 4.          Agrarisch

 

Toelichting

De bestemming Agrarisch is van toepassing op een groot gedeelte van het buitengebied met overwegend een agrarische functie. Binnen deze bestemming komen dus diverse ontwikkelingsmogelijkheden en kwaliteiten voor, afhankelijk van de concrete locatie. De aanvaardbaarheid van ontwikkelingen op een bepaalde locatie wordt mede beoordeeld op basis van de aanduidingen, die van toepassing zijn alsmede op basis van het beeldkwaliteitplan. Hierdoor wordt de gewenste differentiatie en kwaliteitsbewaking veilig gesteld.

Voor de locaties waar een agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend, geldt de afzonderlijke bestemming Agrarisch- Agrarisch bedrijf die is geregeld in artikel 5.

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

 

·                Artikel 1 t/m 3        Inleidende regels;

·                Artikel 22 t/m 29    Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

4.1.             Bestemmingsomschrijving

De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor:

1.         Al dan niet bedrijfsmatig agrarisch grondgebruik inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen;

2.         Behoud en /of herstel van de natuurlijke, aardkundige waarden en beeldkwaliteit, afgestemd op de kenmerken zoals aangeduid op de verbeelding en omschreven in het beeldkwaliteitplan;

3.         De gronden met deze bestemming zijn, afhankelijk van de specifieke kwaliteiten, op de verbeelding nader aangeduid als ‘Waarde- archeologie’, ‘Waarde- aardkundig waardevol’, ‘Waarde- oude akker’ en ‘Waarde- Natuur en Landschap’;

4.         Extensief recreatief medegebruik;

5.         Waterhuishoudkundige voorzieningen en waterlopen;

6.         Indien voorzien van de aanduiding ‘evenemententerrein’ voor jaarlijks terugkerende evenementen als onder andere Kinder Vakantie Werk en Weijerijfeesten.

 

4.2.      Bouwregels

Op of in de in 4.1. bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving omschreven bestemming met een hoogte van maximaal 2,50 meter, een en ander met uitzondering van hekwerken. Afrasteringen met een hoogte van maximaal 1,50 meter zijn daarentegen wel toegestaan.

 

4.3.      Specifieke gebruiksregels

De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden: het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

Voor de in 4.1. bedoelde gronden met de dubbelbestemming “Waarde- oude akker” worden de volgende werken en/of werkzaamheden in ieder geval als met de bestemming strijdig gebruik aangemerkt en zijn dus verboden:

1.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem.

2.         Aanleggen van drainage.

3.         Aanbrengen van oppervlakteverharding.

4.         Het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

Voor de in 4.1. bedoelde gronden met de aanduiding “invloedszone peelrandbreuk” worden de volgende werken en/of werkzaamheden in ieder geval als met de bestemming strijdig gebruik aangemerkt en zijn dus verboden:

1.         Het diepwoelen en diepploegen.

2.         Aanbrengen van oppervlakteverharding.

3.         Het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

Voor de in 4.1. bedoelde gronden met de dubbelbestemming “Waterstaat- Waterbergingsgebied” worden de volgende werken en/of werkzaamheden in ieder geval als met de bestemming strijdig gebruik aangemerkt en zijn dus verboden:

1.         Ophogen van de bodem.

2.         Het aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden.

3.         Aanbrengen van oppervlakteverharding.

4.         Het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

Voor de in 4.1. bedoelde gronden met de dubbelbestemming “Waarde-Natuur en Landschap” worden de volgende werken en/of werkzaamheden in ieder geval als met de bestemming strijdig gebruik aangemerkt en zijn dus verboden:

1          ophogen van de bodem.

2.         het aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden.

3.         diepwoelen en diepploegen

4.         aanbrengen van oppervlakteverharding.

5.         aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

6.         het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

7.         het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

4.4.      Aanlegvergunningregels       

Onverminderd het bepaalde in 4.3. is het verboden op of in de in 4.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem.

2.         Ophogen van de bodem

3.         Aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden 

4.         Diepploegen en diepwoelen

5.         Graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren

6.         Aanleggen van drainage. 

7.         Aanbrengen van oppervlakteverharding.

8.         Aanbrengen van ondergrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen.

9.         Aanbrengen van bovengrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

9.         Vellen of rooien van houtgewas

10.       Het aanplanten van houtgewas ten behoeve van een boomteeltbedrijf

11.       Aanbrengen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen

 

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

De genoemde werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien:

1.         Zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend

2.         Door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

 

4.5.      Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

Artikel 5.          Agrarisch- Agrarisch bedrijf 

 

Toelichting

De bestemming Agrarisch – Agrarisch Bedrijf is toegekend aan die locaties waar sprake is van bedrijfsmatige agrarische activiteiten met bebouwing en ondersteunende voorzieningen. Niet alle agrarische activiteiten zijn zonder meer toegestaan. Afhankelijk van de ligging is dit beperkt tot (een) bepaalde bedrijfsvorm(en). Dit is op de verbeelding aangeduid.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29   Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden;

 

 

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Agrarisch- Agrarisch bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met de bijbehorende voorzieningen zoals mestopslagsilo’s, permanente en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van waterberging en - infiltratie, voer- en mestplaten, mest- of waterbassins van folie, verharding en groene erfinrichting.

 

De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen mag maximaal 80% van het bestemmingsvlak bedragen zodat er tenminste 20% overblijft voor de groene erfinrichting.

 

Per bestemmingsvlak mag slechts één bedrijf worden uitgeoefend. Verder zijn op bedrijfsniveau voorzieningen toegestaan ten behoeve van een duurzame ontwikkeling en exploitatie van het desbetreffende bedrijf zoals mestverwerking, energie – opwekking en biovergisting.

 

Voor zo ver de aard van de bedrijven is aangeduid op de verbeelding geldt de volgende onderverdeling:

1.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch –grondgebonden” zijn alleen grondgebonden activiteiten toegestaan;

2.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding “intensieve veehouderij” is intensieve veehouderij toegestaan naast grondgebonden activiteiten;

3.                     Op bestemmingsvlakken met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch-niet- grondgebonden” zijn niet-grondgebonden activiteiten toegestaan, niet zijnde intensieve veehouderij, naast grondgebonden activiteiten;

4.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding “intensieve veehouderij” én “specifieke vorm van agrarisch- grondgebonden” is intensieve veehouderij slechts toegestaan voor zover deze op het moment van ter visie leggen van het ontwerp-bestemmingsplan mocht worden uitgeoefend op grond van een verleende milieuvergunning;

5.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding “glastuinbouw” is glastuinbouw toegestaan;

6.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch- vuurwerkopslag en verkoop” is de opslag en verkoop van vuurwerk toegestaan naast grondgebonden activiteiten;

7.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch- paardenhouderij” is een paardenhouderij toegestaan naast grondgebonden activiteiten;

8.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding recreatieve nevenactiviteit is een recreatieve nevenactiviteit toegestaan.

9.         Op bestemmingsvlakken zonder aanduiding is elke vorm van agrarische activiteiten toegestaan met uitzondering van glastuinbouw, mits deze is gelegen in het Landbouwontwikkelingsgebied

 

5.2.      Bouwregels

Op of in de in 5.1. bedoelde gronden mag het volgende worden gebouwd:

1.         Eén bedrijfswoning met aan- en bijbouwen

2.         Agrarische bedrijfsbebouwing

3.         Bouwwerken geen gebouw zijnde en andere voorzieningen

4.         Maximaal 1000 m2 ondersteunende kassen.

 

Op of in de in 5.1. bedoelde gronden gelden de volgende bouwverboden:

  1. Tot 1 juni 2012 mag bebouwing niet uitgebreid worden binnen een bestaand bouwblok van intensieve veehouderij ten behoeve van een geiten- en schapenhouderij.
  2. Vergroting van de bebouwing ten behoeve van een intensieve veehouderij gelegen in het extensiveringsgebied welke op peildatum 1 oktober 2010 aanwezig of in uitvoering was dan wel gebouwd mag worden krachtens een verleende wettelijke bouwvergunning gebaseerd op een volledige en ontvankelijke bouwaanvraag in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan ingediend voor 1 oktober 2010, is niet toegestaan.

 

Op of in de in 5.1. bedoelde gronden mag gebouwd worden met inachtneming van de volgende maatvoering:

1.         de bedrijfswoning mag een inhoud hebben van maximaal 750m³

2.         de maximale goothoogte is 4,5m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

3.         de maximale bouwhoogte 11m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

4.         de afstand tussen de hoofdgebouwen mag maximaal 15m¹ zijn

5.         de maximale toegestane hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde is 12m¹

6.         de hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2m¹ zijn

7.         de minimale afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens is 3m¹

8.         de maximale oppervlakte van uitbreiding van bebouwing zonder erfbeplanting is 20m²

9.         Voor (delen van) bestemmingsvlakken met de aanduiding “maximum bebouwingspercentage” geldt het daarin aangegeven getal als maximum.

10.       Ondergronds bouwen tot meer dan 1 meter beneden peil is toegestaan voor het realiseren van mestputten onder bedrijfsgebouwen.

 

5.3.      Specifieke gebruiksregels

Onder met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 wordt in ieder geval verstaan:

1.         Het gebruik van gebouwen anders dan de bedrijfswoning voor bewoning;

2.         Het binnen gebouwen meer dan één bouwlaag gebruiken voor het houden van dieren.

 

5.4.      Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 5.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) erfbeplanting te verwijderen. Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer.

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

 

Voor het verwijderen van erfbeplanting geldt in dit verband dat uit een nieuw (erf)inrichtingsplan moet blijken dat aan artikel 23.1. kan worden voldaan.

 

5.5.      Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 


Artikel 6.          Bedrijf

 

Toelichting

De bestemming bedrijf is van oorsprong een verzamelbestemming. Hieronder vallen bedrijfsactiviteiten, die niet-agrarisch en bijvoorbeeld agrarisch verwant zijn, zoals horeca, ambachtelijk bedrijf, reparatiebedrijf, loonwerkbedrijf etc. In dit bestemmingsplan gaat het om meerdere locaties. Voor alle locaties geldt dat alleen de bedrijfsvorm die in de tabel is genoemd bij recht is toegestaan. Verandering van activiteiten binnen deze bestemming is alleen mogelijk na ontheffing.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29 Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden;

 

6.1.     Bestemmingsomschrijving

1.         De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor niet-agrarische en agrarisch verwante bedrijfsactiviteiten, landschapsopbouw onder andere in de vorm van een groene erfinrichting alsmede voorzieningen ten behoeve van parkeren, waterberging en - infiltratie met dien verstande dat binnen elk in kolom 1 van de tabel opgenomen bestemmingsvlak:

1.         Enkel de bedrijfsvorm is toegelaten die in de kolom is aangegeven;

2.         De maximaal toegestane milieucategorie is de milieucategorie, die in kolom 4 is opgenomen.

3.         Per bestemmingsvlak mag één bedrijf aanwezig zijn.

4.         Per bestemmingsvlak mag één bedrijfswoning aanwezig zijn voor zover reeds bestaand met bijbehorende bijbouwen.

5.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘bedrijfswoning’ (bw) is nieuwbouw van een bedrijfswoning toegestaan.

6.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding (2) zijn twee bedrijfswoningen toegestaan.

7.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding (h) zijn horecavoorzieningen toegestaan.

 

2.         De gronden aan de Zeelandsedijk 45 in Elsendorp zijn bestemd voor:

1.         Een café-restaurant-zaal;

2.         Accommodatie voor het bedrijfsmatig verstrekken van logies;

3.         Eén bedrijfswoning.

 

3.         De gronden binnen een bestemmingsvlak met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijfswoning – woonboerderij” zijn tevens bestemd voor het behoud, versterking en/of herstel van de aan de (voormalige) woonboerderijen eigen zijnde cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Voor deze panden geldt dat de totale bouwmassa van de oorspronkelijke woonboerderij, zoals deze bestond op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp- bestemmingsplan, verbouwd en gebruikt mag worden voor wonen.

 

4.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf- vuurwerkopslag en verkoop” is de opslag en verkoop van vuurwerk toegestaan.

 

Adres

Activiteit

Cat.

Volgnr

Agrarisch verwant

 

 

 

Boekelseweg 25 Handel

Hondenkennel/pension

3

2

Breemhorstsedijk 65 De Mortel

Manegebedrijf en paardenhouderij en horecavoorzieningen van max. 160 m2

3

37

Burgemeester van de Wildenberglaan 46a De Rips

Reparatie van landbouwmachines en -werktuigen

2

45

Daniël de Brouwerstraat 14a Handel

(Detail)handel in diervoeders en aanverwante artikelen

2

81

De Stap 12 De Mortel

Manegebedrijf

3

30

Dr. De Quayweg 80 De Mortel

Loonwerkbedrijf

2

39

Dr. De Quayweg 101 De Mortel

Loonwerkbedrijf

2

40

Elsendorpseweg 6 & 14 Elsendorp

Loonwerkbedrijf en bewerking organische stoffen

4

21

Grintweg 7 Gemert

Grondboorbedrijf

1

14

Groesvlaas 7 Milheeze

Diervoedercentrale

4

79

Heibloem 6 Milheeze

Reparatiebedrijf landbouwmachines en -werktuigen

2

75

Kaweide 10 Milheeze

Loonwerkbedrijf

2

74

Keizersberg 20

Diervoedercentrale

4

27

Leemskuilendijk 4 Bakel

Reparatiebedrijf landbouwmachines en – werktuigen

2

82

Mathijseind 1/ 1a Bakel

Manegebedrijf

3

48

Nachtegaallaan 29 De Mortel

Agrarisch toeleveringsbedrijf

3

42

Oldert 1, Bakel

Groothandel bouwmachines

3

93

Peeldijk 46, Handel

Stoeterij

3

16

Ravensgat 8/10 Bakel

Loonwerkbedrijf

2

71

Esp 1 Bakel

Dierenpension

3

51

Zandstraat 27/29 De Mortel

Teelt en verkoop van planten

2

31

Zeelandsedijk 66

Hondenpension

3

25

Zeelandsedijk 68

Hoveniersbedrijf

1

83

 

Adres

Activiteit

Cat.

Volgnr

Niet-agrarisch

 

 

 

Aarle Rixtelseweg 2 Bakel

Grondverzetbedrijf

3

69

Bakelseweg 9 De Mortel

Tentenverhuurbedrijf

1

33

Benthem 11 Bakel

Stoelmattersbedrijf

3

66

Benthem 3 Bakel

Tankstation

vuurwerkopslag en verkoop

3

68

Benthem 5 Bakel

Loodgietersbedrijf

3

67

Bernardstraat 25 Bakel

Gasopslag en gasvulstation

3

56

Bocht 9 Milheeze

Timmerbedrijf

3

76

Burgemeester Nooijenlaan 8 De Rips

Groothandel in tweedehandse voer- en vaartuigen en machines

2

47

Den Heikop 6, Elsendorp

Bouwkundig Tekenburo

1

97

Geneneind 22 Bakel

Grondverzetbedrijf

3

53

Geneneind 24 Bakel

Transportbedrijf en verhuurbedrijf bouwmachines / - werktuigen

3

52

Gerele Peel 53 Elsendorp

Kraanverhuurbedrijf

3

26

H.J. Ypenberglaan 3 Elsendorp

Grond- en sloopbedrijf

3

22

Hazeldonklaan 5 Gemert

Handelsonderneming in groenten en fruit

2

85

Heerenveldseweg ong.Handel

Zandwinningsbedrijf

4

12

Hemelsbleekweg ong. De Mortel

Zendtoren voor telefonie

1

36

Hoberg 8 Bakel

Grondwerk- en transportbedrijf en handel in zand en grint

3

60

Klef 6 Milheeze

Kalkzandcentrale

4

78

Koksedijk 25 Gemert

Café-zaal

3

4

Kranerijt 37, Handel

Houtverwerkingsbedrijf

woonboerderij

3

94

Kruisberglaan 11a De Rips

Goederentransportbedrijf

3

44

Leeuwerikweg 14 De Mortel

Aannemersbedrijf

3

34

Leeuwerikweg 3 De Mortel

Plastic / kunststof sorteer- en recyclingbedrijf

4

35

Mathijseind 8, Bakel

Ambachtelijke keukenmakerij .

Specifieke vorm van bedrijfswoning- woonboerderij

2

92

Neerstraat 9 Bakel

Goederentransportbedrijf

3

50

Oudestraat 145 Gemert

Groothandel in tweedehandse voer- en vaartuigen, machines en machinerieën

2

86

Overschot 6b Bakel

Groothandel in tweedehandse voer- en vaartuigen, machines en machinerieën

2

73

Pandelaar 83 Gemert

Autorestauratiebedrijf voor oldtimers

3

7

Pandelaar 93 Gemert

Drukkerij

2

6

Paradijs 23 Elsendorp

Statische opslag

3

24

Peeldijk 12a, Milheeze

Opslag

2

96

Peeldijk 42 Handel

Beletteringsbedrijf

1

15

Peeldijk 2 Milheeze

Groothandel in tweedehands voer- en vaartuigen, machines en machinerieën

2

77

Ravensgat 4 Bakel

Lasinrichting

3

70

Rooijehoefsedijk 100 Gemert

Timmerbedrijf

3

20

Rooijehoefsedijk 61 Gemert

Houthandel

3

19

Schutboomsestraat 14 Milheeze

Autosloperij annex garagebedrijf

3

62

Stootershutweg 8 Elsendorp

Pompenbedrijf

2

28

Zand 2b Bakel

Onderhoud- en reparatiebedrijf van kraanwagens

2

65

Zeelandsedijk 45, Elsendorp

Café, Restaurant, zaal en Hotel

3

98

Zeelandsedijk 49, Elsendorp

Houtbewerkingsbedrijf

2

100

Leemkuilendijk ong.,

Bakel

Gasontvangstation

3

102

 

6.2.      Bouwregels

Op of in de in 6.1. bedoelde gronden mag het volgende worden gebouwd:

1.         Mag de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen die aanwezig en vergund zijn op het moment van ter visie leggen van het ontwerp van dit bestemmingsplan of die nog mag worden gebouwd op grond van een verleende bouwvergunning gehandhaafd blijven.

2.         De bebouwing passende in de bestemmingsomschrijving van de specifieke adressen.

3.         In afwijking van het bepaalde sub 1 geldt voor het bestemmingsvlak “Bedrijf” aan de Breemhorstsedijk 65 in De Mortel een maximaal toegestaan bebouwd oppervlak van 7500m² en dit mag na ontheffing met maximaal 25% worden uitgebreid;

 

Op of in de in 6.1. bedoelde gronden mag gebouwd worden met inachtneming van de volgende maatvoering:

1.         De bedrijfswoning mag een inhoud hebben van maximaal 750m³

2.         Bij de bedrijfswoning is een bijbouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100m², een goothoogte van maximaal 3m¹ en een bouwhoogte van maximaal 5,5m¹

3.         De maximale goothoogte is 4,5m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

4.         De maximale bouwhoogte is 11m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

5.         De afstand tussen de hoofdgebouwen mag maximaal 15m¹ zijn

6.         De maximale toegestane hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde is 12m¹

7.         De hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2m¹ zijn

8.         De minimale afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens is 3m¹

9.         De maximale oppervlakte van uitbreiding van bebouwing zonder erfbeplanting is 20m².

 

6.3.      Specifieke gebruiksregels

Onder met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gebouwen anders dan de bedrijfswoning voor bewoning. De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden: het aanleggen van mest- of waterbassins van folie

 

6.4.      Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 6.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) erfbeplanting te verwijderen.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer.

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Voor het verwijderen van erfbeplanting geldt in dit verband dat uit een nieuw (erf)inrichtingsplan moet blijken dat aan artikel 23.1. kan worden voldaan.

 

6.5.      Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 


Artikel 7.          Cultuur en ontspanning

 

Toelichting

De bestemming Cultuur en ontspanning is toegekend aan de gronden die behoren tot het Boerenbondsmuseum.

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden;

 

7.1.      Bestemmingsomschrijving

De voor Cultuur en ontspanning aangewezen gronden zijn bestemd voor culturele en educatieve doeleinden. Op gronden met de specifieke vorm van cultuur en ontspanning- Boerenbondsmuseum  is het Boerenbondsmuseum gevestigd. Dit geeft een beeld van het ( plattelands) leven aan het begin van de 20e eeuw in de vorm van op het thema gericht historische bebouwing, tuinen en akkers, vaste en wisselende tentoonstellingen, demonstraties en een kinderboerderij.

Daarnaast zijn deze gronden ook bestemd voor landschapsopbouw in de vorm van een groene erfinrichting, alsmede voorzieningen  ten behoeve van parkeren, waterberging en – infiltratie.

 

7.2.      Bouwregels

Op of in de in 7.1. bedoelde gronden mag als volgt worden gebouwd:

1.         Het maximaal toegestaan bebouwd oppervlak is 3105m² en dit mag met ontheffing met maximaal 15% worden uitgebreid;

2.         Er is één bedrijfswoning toegestaan met een inhoud van maximaal 750m³ met bijbouwen.

3.         De maximale goothoogte is 4,5m¹ en de maximale nokhoogte is 11m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt.

4.         De afstand tussen de hoofdgebouwen mag maximaal 15m¹ zijn

5.         Bij de bedrijfswoning is een bijbouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100m², een goothoogte van maximaal 3m¹ en een bouwhoogte van maximaal 5,5m¹

 

7.3.      Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik in strijd met de bestemming als bedoeld in artikel 25 wordt in ieder geval verstaan het gebruiken van bouwwerken voor bewoning met uitzondering van de bedrijfswoning.

De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden: het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

7.4.      Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 7.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) erfbeplanting te verwijderen.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer.

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Voor het verwijderen van erfbeplanting geldt in dit verband dat uit een nieuw (erf)inrichtingsplan moet blijken dat aan artikel 23.1. kan worden voldaan.

 

7.5.      Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 


Artikel 8.          Groen

 

Toelichting

De bestemming Groen is toegekend aan die locaties buiten de bestemming Natuur, waar in die mate sprake is van landschappelijke waarde dat een afzonderlijke hierop gerichte bestemming gerechtvaardigd is. Deze gronden hebben tevens altijd de dubbelbestemming Waarde- Natuur en landschap ter bescherming van de waarden van deze gronden.

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden;

 

8.1.      Bestemmingsomschrijving

De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor in stand houden van bestaande natuur- en landschapselementen zoals bestaande houtopstanden, houtwallen, houtsingels en waterpartijen, zoals poelen. Tevens zijn deze gronden bestemd voor bestaande waardevolle onverharde wegen.

 

8.2.      Bouwregels

Op de in 8.1. bedoelde gronden mag niet worden gebouwd.

 

8.3.      Specifieke gebruiksregels

De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden:

1.         Het aanleggen van mest- of waterbassins van folie

2.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem;

3.         Ophogen van de bodem;

4.         Het diepploegen en diepwoelen;

5.         Graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren;

6.         Aanleggen van drainage;

7.         Aanbrengen van oppervlakteverharding meer dan 100 m2;

8.         Aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

 

8.4.      Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 8.1. bedoelde gronden zonder of in afwijken van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouder(aanlegvergunning) de volgende werken,en niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.                  Het aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden;

2.                  Aanbrengen van oppervlakteverharding tot 100 m2;

3.                  Aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen;

4.                  Vellen of rooien en het aanplanten van houtgewas;

5.                  Verwijderen van erfbeplanting

 

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

De werken en/of werkzaamheden genoemd in 8.3. zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

 

8.5.      Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.    

 

 

 

 

Artikel 9.          Maatschappelijk

 

Toelichting

De bestemming Maatschappelijk is toegekend aan die locaties, waar sprake is van niet-agrarische activiteiten van niet commerciële aard maar met een sociaal-cultureel of algemeen maatschappelijk karakter. Voor elke locatie geldt dat alleen de activiteit die in dit artikel is genoemd, bij recht is toegestaan. Verandering van activiteiten binnen deze bestemming is alleen mogelijk na vrijstelling.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

9.1.       Bestemmingsomschrijving

1.         De voor “Maatschappelijk” aangewezen gronden zijn bestemd voor (sociaal)medische, culturele, educatieve, religieuze en kunstzinnige doeleinden, sportvoorzieningen, alsmede voorzieningen ten behoeve van waterberging en –infiltratie met dien verstande dat binnen elk bestemmingvlak dat in onderstaand schema in kolom 1 is opgenomen alleen die instelling of voorziening is toegelaten die in kolom 2 voor de betreffende locatie is aangegeven. De maximaal toegestane milieucategorie is de milieucategorie die in kolom 3 is opgenomen.

2.         Per bestemmingsvlak mag één bedrijfswoning aanwezig zijn, voor zover reeds bestaand,  met bijbouwen.

3.         Op gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk- dierenbegraafplaats en crematorium’ is bestemd voor een dierenbegraafplaats en crematorium.

4.         Op bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘recreatieve nevenactiviteit’ is een recreatieve nevenactiviteit toegestaan.

 

Adres

Activiteit

Cat.

Volgnr

Boekelseweg 94 Gemert

Kapelletje

2

3

Burgemeester Van de Wildenberglaan De Rips

Brandweerkazerne

3

46

Esdonksedijk 15 Gemert

Kapelletje

2

1

H.J. Ypenberglaan Elsendorp

Protestantse kerk

2

23

Handelseweg ong. Handel

Kapelletje

2

9

Peeldijk ong Handel

Dierenbegraafplaats en                      -crematorium

1

82

Lijsterlaan 28 De Mortel

De Sprenk kruidencentrum/ natuureducatie

3

41

Neerstraat 11 Bakel

Museum inclusief één bedrijfswoning

1

49

Oude Rips ong. De Rips

Rioolwaterzuivering

4

43

Pater Petrusstraat 21 Handel

Leefgemeenschap

1

10

Roessel ong. Bakel

Begraafplaats

1

59

Hoberg 2a Milheeze

Molen

2

61

Strijbosscheweg 51 Handel

De Specht Natuureducatiecentrum

1

11

Haveltweg ong. Handel

Kantine waterskivereniging, geen bedrijfswoning toegestaan

4

13

Dr. De Quayweg 70

Waterpompstation

4

38

Schutboomsestraat ong.

Kapelletje

2

64

 

 


9.2.      Bouwregels

Op of in de in 9.1. bedoelde gronden mag het volgende worden gebouwd:

1.         De bestaande oppervlakte bedrijfsgebouwen die aanwezig en vergund zijn op het moment van ter visie leggen van het ontwerp van dit bestemmingsplan of die nog mag worden gebouwd op grond van een verleende bouwvergunning, mag na ontheffing met maximaal 15% worden uitgebreid.

2.         In tegenstelling tot het gestelde in sub 1 is het maximaal bebouwd oppervlak aan de Peeldijk ong. ten behoeve van de dierenbegraafplaats en dierencrematorium in Handel 175m².

 

Op of in de in 9.1. bedoelde gronden mag gebouwd worden met inachtneming van de volgende maatvoering:

1.         De bedrijfswoning mag een inhoud hebben van maximaal 750m³

2.         De maximale goothoogte is 8m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

3.         De maximale bouwhoogte is 12m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

4.         De maximale toegestane hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde is 12m¹

5.         De afstand tussen de hoofdgebouwen mag maximaal 15m¹ zijn

6.         Bij de bedrijfswoning is een bijbouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100m², een goothoogte van maximaal 3m¹ en een bouwhoogte van maximaal 5,5m¹

7.         De hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2m¹ zijn

8.         De maximale oppervlakte van uitbreiding van bebouwing zonder erfbeplanting is 20m²

 

9.3.      Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik in strijd met de bestemming als bedoeld in artikel 25 wordt in ieder geval verstaan het gebruiken van bouwwerken voor bewoning anders dan de bedrijfswoning.

De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden: het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

9.4.      Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 9.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) erfbeplanting te verwijderen. Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

 

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

9.5.      Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 


Artikel 10.        Maatschappelijk- Militair terrein

 

Toelichting

De bestemming Maatschappelijk- militair terrein is toegekend aan een nog bestaand complex namelijk de basis De Peel.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden;

 

10.1.     Bestemmingsomschrijving

De voor “Maatschappelijk- Militair terrein” aangewezen gronden zijn bestemd voor militaire doeleinden in de vorm van een luchtmachtbasis met bijkomende voorzieningen, met dien verstande dat binnen de in kolom 1. opgenomen bestemmingsvlakken enkel de bedrijfsvorm is toegelaten welke in kolom 2. voor de betreffende locatie is aangegeven:

 

Adres

Activiteit

Volgnr

Venray

Groep Geleide Wapens De Peel

90

 

Tevens zijn er voorzieningen voor waterberging en infiltratie toegestaan.

 

10.2.     Bouwregels

Op of in de in 10.1. bedoelde gronden met de aanduiding ‘militair terrein’ mag worden gebouwd met inachtneming van de volgende maatvoering:

1.         Een woning is niet toegestaan

2.         De goothoogte van een gebouw is maximaal 10 m

3.         De bouwhoogte van een gebouw is maximaal 25 meter

4.         De maximale hoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde is 30 meter

5.         De minimale afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens is 3m¹

 

10.3.     Specifieke gebruiksregels

De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden: het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

10.4.     Aanlegvergunningregels

Onverminderd het bepaalde in 10.3. is het verboden op of in de in 10.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         Aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden 

2.         Verwijderen van erfbeplanting

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

 

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

10.5.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

Artikel 11.        Natuur

 

Toelichting

De bestemming Natuur is toegekend aan gronden waar feitelijk natuur- en/of bosgebied aanwezig is en waar de agrarische functie niet of slechts zeer extensief, met name gericht op natuurbehoud, aanwezig is.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden;

 

11.1.     Bestemmingsomschrijving

De voor “Natuur”aangewezen gronden zijn bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van het bestaand bos, heide en graslanden met natuurlijke waarden en de instandhouding van die aanwezige natuurlijke en abiotische waarden alsmede voor extensief recreatief medegebruik.

 

11.2.     Bouwregels

Op de in 11.1. bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving omschreven bestemming met een hoogte van maximaal 2,50 meter, een en ander met uitzondering van hekwerken. Afrasteringen met een hoogte van maximaal 1,50 meter zijn daarentegen wel toegestaan.

 

11.3.     Specifieke gebruiksregels

De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden:

1.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem.

2.         Ophogen van de bodem

3.         Diepploegen en diepwoelen

4.         Graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren

5.         Aanleggen van drainage.

7.         Aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

8.         Aanleggen van mest- of waterbassins van folie

 

11.4.     Aanlegvergunningregels

Onverminderd het bepaalde in 11.3. is het verboden op of in de in 11.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         Aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden 

2.         Aanbrengen van oppervlakteverhardingen meer dan 100 m²

3.         Aanbrengen van ondergrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

4.         Aanbrengen van bovengrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

5.         Rooien van houtgewas

6.         Het aanplanten van houtgewas ten behoeve van een boomteeltbedrijf

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

 

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

11.5.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

Artikel 12.        Recreatie

 

Toelichting

De bestemming recreatie is toegekend aan bestaande bedrijven waar de mogelijkheid wordt geboden voor recreatief dag- en nachtverblijf.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

 

12.1.     Bestemmingsomschrijving

1.         De voor “Recreatie” aangewezen gronden zijn bestemd voor een recreatiebedrijf gericht op recreatief dag- of nachtverblijf met de daarbij behorende voorzieningen, landschapsopbouw in de vorm van een groene erfinrichting, alsmede voorzieningen  ten behoeve van parkeren, waterberging en - infiltratie  en met dien verstande dat binnen de in kolom 1 opgenomen bestemmingsvlakken enkel de bedrijfsvorm is toegelaten welke in kolom 2 voor de betreffende locatie is aangegeven. De maximaal toegestane milieucategorie is de milieucategorie die in kolom 3 is opgenomen. Per bestemmingsvlak mag één bedrijfswoning aanwezig zijn, voor zover bestaand, met bijbehorende bijbouwen.

 

Adres

Activiteit

Cat.

Volgnr

Breemhorstsedijk 65 De Mortel

Kampeerterrein en groepsaccommodatie

3

87

Breemhorstsedijk 60 De Mortel

Dagrecreatie in de zin van faciliteiten voor de sportvisserij

1

88

Koksedijk 21 Gemert

Groepsaccommodatie

3

5

Grotelseheide ong. Bakel

Recreatieve poort “De Aerlesche Visvijver” (paviljoen, bezoekerscentrum)

3

89

Gagelweg 4, Handel

Vakantiehoeve Versantvoort

3

99

 

2.         Het bestemmingsvlak aan de Breemhorstsedijk 65 in De Mortel is bestemd voor:

-           Een totaal bebouwd oppervlak van maximaal 1200 m2

-           1 recreatieve verblijfseenheid in de vorm van een groepsaccommodatie;

-           10 recreatieve verblijfseenheden in de vorm van recreatiewoningen (chalets) van maximaal 50 m2 een goot- en bouwhoogte van 3m¹ respectievelijk 5.5m en een onderlinge afstand van maximaal 15 meter;

-           15 recreatieve verblijfseenheden in de vorm van kampeerplaatsen;

-           Sanitaire voorzieningen;

-           Speelveld en speeltuin;

-           Eén zwembad

-           Eén bedrijfswoning

 

3.         Het bestemmingsvlak aan de Gagelweg 4 in Handel is bestemd voor:

Verblijfsrecreatieve doeleinden, waaronder wordt verstaan het bedrijfsmatig bieden van recreatief dag of nachtverblijf en met dien verstande dat uitsluitend zijn toegelaten:

-           Recreatieve verblijfseenheden in de vorm van groepsaccommodatie;

-           Horecavoorzieningen, uitsluitend ten dienste van en ondergeschikt aan de verblijfsrecreatieve hoofdfunctie (vakantiehoeve) met een maximale vloeroppervlakte van 500m²;

-           Recreatieve slechtweervoorzieningen ter plaatse van de functieaanduiding;

-           Eén bedrijfswoning;

-           Een speelbos ter plaatse van de functie- aanduiding;

-           Een midgetgolfterrein;

 

4.         Het bestemmingsvlak aan de Breemhorstsedijk 60 in De Mortel is bestemd voor:

Het bedrijfsmatig exploiteren van een visvijver voor sportvisser en met dien verstande dat uitsluitende zijn toegelaten:

-           Eén bedrijfswoning

-           Stalling behorende bij de bedrijfswoning

-           Parkeerterrein

-           Vishut

-           Visvijver met bijbehorende erfinrichting en struinpaden.

 

5.         De bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘recreatiewoning’ zijn bestemd voor verblijfsrecreatie in de aldaar aanwezige recreatiewoning.

De gronden zijn bestemd voor:

-           Eén recreatiewoning

-           Voorzieningen ten behoeve van waterberging en –infiltratie

 

12.2.     Bouwregels

Op of in de in 12.1. bedoelde gronden mag het volgende worden gebouwd:

1.         De bestaande oppervlakte bedrijfsgebouwen die aanwezig en vergund zijn op het moment van ter visie leggen van het ontwerp van dit bestemmingsplan of die nog mag worden gebouwd op grond van een verleende bouwvergunning.

2.         De bebouwing passende in de bestemmingsomschrijving van de specifieke adressen.

 

Op of in de in 12.1. bedoelde gronden mag gebouwd worden met inachtneming van de volgende maatvoering:

1.         De bedrijfswoning mag een inhoud hebben van maximaal 750m³.

2.         De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

3.         De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

4.         De afstand tussen de hoofdgebouwen mag maximaal 15m¹ zijn;

5.         Bij de bedrijfswoning is een bijbouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100m², een goothoogte van maximaal 3m¹ en een bouwhoogte van maximaal 5,5m¹.

6.         De maximale toegestane hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde is 12m¹

7.         Hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2m¹ zijn.;

8.         De minimale afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens is 3m¹

9.         De maximale oppervlakte van uitbreiding van bebouwing zonder erfbeplanting is 20m².

 

Op of in de in 12.1. bedoelde gronden met de aanduiding ‘recreatiewoning’ mag worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

1.         Nieuwbouw van de recreatiewoning is alleen toegestaan indien deze plaatsvindt op de bestaande fundering.

2.         De huidige situering en maatvoering dient bij nieuwbouw gehandhaafd te blijven

3.         Bij nieuwbouw is aantasting van de EHS niet toegestaan

 

12.3.     Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik in strijd met de bestemming als bedoeld in artikel 25 wordt in ieder geval verstaan:

-           Het gebruiken van gebouwen anders dan de bedrijfswoning voor permanente bewoning;

-           Het gebruiken van de recreatiewoningen en verblijfseenheden voor permanente bewoning;

-           Het gebruiken van niet voor bewoning bestemde (bij)gebouwen voor bewoning.

-           Het gebruiken van de recreatiewoningen aangeduid met ‘recreatiewoning’ voor bedrijfsactiviteiten

-           Het aanleggen van mest- of waterbassins van folie

 

12.4.     Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 12.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) erfbeplanting te verwijderen. Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

12.5.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

Artikel 13.        Verkeer

 

Toelichting

De bestemming Verkeer is een verzamelbestemming, die is toegekend aan verharde en onverharde wegen en paden met een openbaar karakter. De differentiatie is op de verbeelding weergegeven.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

 

13.1.     Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersdoeleinden met de daarbij behorende voorzieningen zoals bermen, sloten, fiets- en of voetpaden, parkeervoorzieningen, almede groenvoorzieningen, waarbij aan de op de verbeelding aangeduide soorten de volgende functies worden toegekend:

1.         Verharde weg: met een functie voor afwikkeling van overwegend interlokaal verkeer;

2.         Aangeduid als ‘onverharde weg’: een onverharde of halfverharde weg met incidenteel gebruik als ontsluitingsweg van de aanliggende gronden zonder verkeersbetekenis en met landschappelijk, ecologische en/of cultuurhistorische betekenis.

 

13.2.     Bouwregels

Op of in de in 13.1. genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd zoals palen en lichtmasten met een maximale hoogte van 6m¹.

 

13.3.     Specifieke gebruiksregels

De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden:

1.         het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

2.         het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

13.4.     Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 13.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         Aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden

2.         Aanleggen van drainage

3.         Aanbrengen van oppervlakteverhardingen meer dan 100 m²

4.         Aanbrengen van ondergrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

5.         Aanbrengen van bovengrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

6.         Vellen of rooien en het aanplanten van houtgewas

7.         Verwijderen van erfbeplanting

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

Artikel 14.        Water

 

Toelichting

De bestemming water is toegekend aan bestaande waterlopen en waterpartijen van enige omvang waardoor een afzonderlijke bestemming gerechtvaardigd is. Niet alleen de waterhuishoudkundige functie is van belang maar ook de betekenis voor natuurontwikkeling en/of recreatie.

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

14.1.     Bestemmingsomschrijving

De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor:

1.         Waterhuishoudkundige doeleinden, met name aan- en afvoer van water

2.         Natuurontwikkeling

3.         Voor zover op de verbeelding aangeduid met “Ecologische verbindingszone” voor de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone

4.         Extensief recreatief medegebruik

5.         Voor zover aangeduid met de aanduiding (r) overwegend bedoeld voor waterrecreatieve doeleinden.

6.         Voor zover aangeduid met de aanduiding (n) alleen bedoeld voor natuurdoeleinden.

 

14.2.     Bouwregels

Op of in de in 14.1. bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de in de doeleindenomschrijving omschreven bestemming met een hoogte van maximaal 2,50 meter, een en ander met uitzondering van hekwerken.

 

14.3.     Specifieke gebruiksregels

De volgende werken en/of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden: het aanleggen van mest- of waterbassins van folie

Voor de in 14.1. bedoelde gronden met de aanduiding “Ecologische verbindingszone” worden de volgende werken en/of werkzaamheden in ieder geval als met de bestemming strijdig gebruik aangemerkt en zijn dus verboden:

1.         aanbrengen van oppervlakteverharding.

2.         het aanleggen van mest- of waterbassins van folie

 

14.4.     Aanlegvergunningregels       

Onverminderd het bepaalde in 14.3. is het verboden op of in de in 14.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden 

2.         graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren

3.         aanbrengen van ondergrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen.

4.         aanbrengen van bovengrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

5.         vellen of rooien en het aanplanten van houtgewas

6..        verwijderen van erfbeplanting

 

 

Onverminderd het bepaalde in 14.3. is het verboden op of in gronden met de aanduiding “Ecologische verbindingszone” zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem.

2.         ophogen van de bodem.

3.         het aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden.

4.         het diepploegen en diepwoelen.

5.         graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren.

6.         aanleggen van drainage.

7.         aanbrengen van ondergrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen.

8.         aanbrengen van bovengrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

9.         vellen of rooien en het aanplanten van houtgewas.

10.       aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen.

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

Artikel 15.        Wonen

 

Toelichting

De bestemming Wonen is toegekend aan alle locaties waar sprake is van bewoning anders dan als onderdeel van een andere bestemming, zoals een agrarisch of niet-agrarisch bedrijf. De maximaal toegestane inhoud van een woning is 600m3. Voor de woningen gerealiseerd op basis van de Ruimte voor Ruimte regeling geldt geen maximale inhoud. Voor (voormalige) woonboerderijen met een zeker cultuurhistorisch karakter geldt dat de totale bouwmassa, dus inclusief inpandige bedrijfsruimten, gebruikt en verbouwd mag worden voor woondoeleinden.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

15.1.     Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor:

1.         De huisvesting van één huishouden dat er zijn hoofdverblijf heeft.

2.         Per bestemmingsvlak is één woning toegestaan. Voor bestemmingsvlakken met de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” geldt het daarin aangegeven aantal als het maximum.

3.         Voorzieningen ten behoeve van waterberging en –infiltratie.

4.         Bij bestemmingsvlakken met de aanduiding “specifieke vorm van wonen – woonboerderij”      zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, versterking en/of herstel van de aan de   (voormalige) woonboerderijen eigen zijnde cultuurhistorische en landschappelijke waarden.   Voor deze panden geldt dat de totale bouwmassa van de oorspronkelijke woonboerderij, zoals deze bestond op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp- bestemmingsplan, verbouwd en gebruikt mag worden voor wonen.

5.         Bij de woningen met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen- recreatieve nevenactiviteiten’ voor recreatieve nevenactiviteiten.

 

15.2.     Bouwregels    

Op of in de in 15.1 bedoelde gronden mag worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels.

1.         Herbouw (nieuwbouw) van een bestaande woning is alleen toegestaan indien deze plaatsvindt op de bestaande fundering.

2.         De woning mag een inhoud hebben van maximaal 600m³. 

3.         Voor het bestemmingsvlakken met de aanduiding “Ruimte voor ruimte” geldt geen maximale inhoud. Voor dit bestemmingsvlak geldt verder dat er slechts mag worden gebouwd met inachtneming van het beleidsdocument “Gereedschapskist” dat de gemeenteraad heeft vastgesteld op 5 maart 2009.

4.         De maximale goothoogte is 4,5m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

5.         De maximale bouwhoogte 8m¹, tenzij uit de verbeelding een andere hoogte blijkt

6.         De afstand tussen de hoofdgebouwen mag maximaal 15m¹ zijn

7.         Bij woningen is een bijbouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100m², een

            goothoogte van maximaal 3m¹ en een bouwhoogte van maximaal 5,5m¹.

8.         Bij woningen zijn bouwwerken geen gebouw zijnde(vb. carports en overkappingen)            toegestaan met een oppervlakte van maximaal 50 m2, een goothoogte van maximaal 3 m en        en bouwhoogte van maximaal 5,5 m.

9.         De maximale toegestane hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde is 8m¹

10.       De hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2m¹ zijn.

11.       De minimale afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens is 3m¹

12.       De maximale oppervlakte van uitbreiding van bebouwing zonder erfbeplanting is 20m².

 

15.3.     Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik in strijd met de bestemming als bedoeld in artikel 25 wordt in ieder geval verstaan:

1.         Het gebruiken van bijgebouwen voor bewoning

2.         Het gebruiken van gronden en gebouwen voor bedrijfsactiviteiten

3.         Het aanleggen van mest- of waterbassins van folie

 

15.4.     Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 15.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) erfbeplanting te verwijderen.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

 

15.5.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

 

 

 


Dubbelbestemmingen

 

Artikel 16.        Leiding

 

Toelichting

In het plangebied komen verschillende bovengrondse en ondergrondse transportleidingen voor, zoals een hoogspanningsleiding en brandstofleiding. Voor een ongehinderd functioneren van deze leidingen is het noodzakelijk dat een bepaalde strook aan weerszijden van de leiding onbebouwd blijft. Daarnaast geldt er een zone waar bij voorgenomen nieuwe ontwikkelingen een toets moet plaatsvinden vanwege het aspect externe veiligheid

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel 4 met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden

 

16.1.     Bestemmingsomschrijving

De gronden die op de verbeelding zijn mede bestemd tot leiding, daaronder begrepen de bebouwingsvrije zone, zijn bestemd voor het ondergrondse of bovengrondse vervoer van vloeibare stoffen en elektriciteit, met de daarbij behorende bouwwerken en andere werken en wel als volgt:

1.         leidingen met aanduiding “—vK—” zijn bedoeld als ondergrondse 4” militaire brandstofleiding:

2.         leidingen met aanduiding “—B—” zijn bedoeld als ondergrondse 6” militaire brandstofleiding;

3.         leidingen met aanduiding “—G—” zijn bedoeld als ondergrondse gasleiding;

4.         leidingen met aanduiding “—G1—” zijn bedoeld als ondergrondse 24”-RRP productenleiding;

5.         leidingen met aanduiding “—R—” zijn bedoeld als ondergrondse 36”-RRP ruwe olieleiding;

6.         leidingen met aanduiding “—W—” zijn bedoeld als ondergrondse (hoofd)watertransportleiding;

7.         leidingen met aanduiding “—aW—” zijn bedoeld als ondergrondse riooltransportleiding;

8.         leidingen met aanduiding “—O—” zijn bedoeld als ondergrondse brandstofleiding;

9.         leidingen met aanduiding “—H1—” zijn bedoeld als bovengrondse hoogspanningsleiding;  

De betreffende gronden zijn tevens bestemd voor de eveneens aangegeven overige bestemmingen.

 

16.2.     Bouwregels

Op of in de als zodanig bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gerealiseerd ten behoeve van de in 16.1. bedoelde leidingen:

1.         In afwijking van het bepaalde bij de verschillende onderliggende bestemmingen is het        verboden op de gronden binnen de bebouwingsvrije zone van de dubbelbestemming “leiding”,       enig bouwwerk te bouwen;

2.         In afwijking van het bepaalde bij de verschillende onderliggende bestemmingen is het        verboden op de gronden binnen de veiligheidszone van de dubbelbestemming “leiding” enig          bouwwerk te bouwen zonder toestemming van de leidingbeheerder;

 

Soort Leiding

Aanduiding Verbeelding

Belemmeringzone

 

 

Bebouwingsvrije zone aan weerszijden van de hartlijn van de leiding

Veiligheidszone

aan weerszijden van de hartlijn van de leiding

4” militaire brandstofleiding

“—vK—”

5

17

6” militaire brandstofleiding

“—B—”

5

22

gasleiding

“—G—”

5

 

24”-RRP productenleiding

“—G1—”

5

 

36”-RRP ruwe olieleiding

“—R—”

5

 

 (hoofd)watertransportleiding

“—W—”

6

 

riooltransportleiding

“—aW—”

6

 

brandstofleiding

“—O—”

5

 

bovengrondse hoogspanningsleiding

“—H1—”

25

 

 

 

16.3.     Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 16.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem

2.         Ophogen van de bodem

3.         Aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande             kaden

4.         Diepploegen en diepwoelen

5.         Graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren

6.         Aanleggen van drainage

7.         Aanbrengen van oppervlakteverharding

8.         Aanbrengen van ondergrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

9.         Aanbrengen van bovengrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

10.       Vellen of rooien van houtgewas

11.       Het aanplanten van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting

12.       Aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

13.       Het permanent opslaan van goederen

14.       Het indrijven van voorwerpen in de bodem

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

16.4.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

Artikel 17.        Waarde- Aardkundig waardevol

Toelichting

De dubbelbestemming Waarde- Aardkundig waardevol gebied is toegekend aan die locaties waar sprake is van geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en/of processen.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

17.1.     Bestemmingsomschrijving

De voor “Waarde-  Aardkundig waardevol gebied” aangewezen gronden zijn bestemd voor het  in stand houden van geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en/of processen.

 

17.2.     Bouwregels

Op of in de in 17.1. bedoelde gronden mag niet worden gebouwd.

 

17.3.     Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 17.3. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem

2.         Ophogen van de bodem

3.         Aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande             kaden 

4.         Diepploegen en diepwoelen

5.         Graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren

6.         Aanleggen van drainage

7.         Aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100m²

8.         Aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

9.         Vellen of rooien en het aanplanten van houtgewas

10.       Aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

17.4.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

Artikel 18.        Waarde-Archeologie

 

Toelichting

De dubbelbestemming Waarde- Archeologie is toegekend aan die locaties waar rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische sporen die nader aandacht vragen. Door middel van een vooronderzoek moet dit in beeld worden gebracht. Wat het onderzoek precies moet omvatten, hangt af van de verwachtingswaarde op de concrete locatie en de omvang van de (bouw)werkzaamheden.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

18.1.     Bestemmingsomschrijving

De voor “Waarde – Archeologie” aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(hoofdbestemming), bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden.

 

18.2.     Bouwregels

Voor deze gronden geldt de specifieke eis dat, voordat er –middels ontheffing- een bouwvergunning kan worden verleend voor bouwwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40cm, door middel van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch vooronderzoek moet zijn aangetoond dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de archeologische waarden.

 

18.3.     Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 18.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders(aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40 cm:

1.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem

2.         Het ophogen van de bodem

3.         Aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande             kaden 

4.         Diepploegen en diepwoelen

5.         Graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren

6.         Aanleggen van drainage

7.         Het aanbrengen van oppervlakteverharding meer dan 100 m2

8.         Aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

9.         Vellen of rooien en het aanplanten van houtgewas

10.       Aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

 

Geen aanlegvergunning is vereist voor:

1.         Werkzaamheden in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen.

2.         Normaal onderhoud en beheer met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden         van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en       leidingen.

3.         Voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m         uit een bestaande fundering van een bouwwerk.

 

De werken en/of werkzaamheden genoemd in 18.3. zijn slechts toelaatbaar indien uit een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch onderzoek blijkt dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van archeologische waarden.

 

18.4.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

Artikel 19.        Waarde- Natuur en landschap

 

Toelichting

De dubbelbestemming Waarde- Natuur en landschap is toegekend aan die locaties buiten de bestemming Natuur, waar in die mate sprake is van landschappelijke waarde dat een afzonderlijke hierop gerichte dubbelbestemming gerechtvaardigd is.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

19.1.     Bestemmingsomschrijving

De voor “Waarde- Natuur en landschap” aangewezen gronden zijn bestemd voor het in stand houden van bestaande natuur- landschapselementen zoals bestaande houtopstanden, houtwallen, houtsingels en waterpartijen, zoals poelen.

Tevens zijn deze gronden bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van aanwezige ecologische, landschappelijke en natuurwaarden met dien verstande dat de gronden tevens zijn bestemd voor de eveneens aangegeven overige bestemmingen.

 

19.2.     Bouwregels

Op de in 19.1. bedoelde gronden mag niet worden gebouwd.

 

19.3.     Specifieke gebruiksregels

Voor de in 19.1. bedoelde gronden worden de volgende werken en/of werkzaamheden in ieder geval als met de bestemming strijdig gebruik aangemerkt en zijn dus verboden:

1          ophogen van de bodem.

2.         het aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande kaden.

3.         diepwoelen en diepploegen

4.         aanbrengen van oppervlakteverharding.

5.         aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

6.         het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

7.         het aanleggen van mest- of waterbassins van folie.

 

19.4.     Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 19.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders(aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem;

2.         Graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren;

3.         Aanleggen van drainage;

4.         Vellen of rooien en het aanplanten van houtgewas;

5.         Verwijderen van erfbeplanting

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

19.5.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

Artikel 20.        Waarde- Oude Akker

 

Toelichting

De dubbelbestemming Waarde- Oude akker is toegekend aan die locaties waar in die mate sprake is van cultuurhistorische waarde dat een afzonderlijke hierop gerichte dubbelbestemming gerechtvaardigd is.

Deze gronden zijn met name waardevol door het cultuurhistorisch patroon met onder andere kenmerken als het aanwezige reliëf(vaak bolle vorm), hoge ligging ten opzichte van de omgeving en een dikke eerdlaag.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

20.1.     Bestemmingsomschrijving

De voor “Waarde – Oude akker” aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(hoofdbestemming), bestemd voor instandhouding en bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden.

 

20.2.     Bouwregels

Op de in 20.1. bedoelde gronden mag niet worden gebouwd.

 

20.3.     Specifieke gebruiksregels

Voor de in 20.1. bedoelde gronden met worden de volgende werken en/of werkzaamheden in ieder geval als met de bestemming strijdig gebruik aangemerkt en zijn dus verboden:

1.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem.

2.         Aanleggen van drainage.

3.         Aanbrengen van oppervlakteverharding.

4.         Het aanleggen van mest- of waterbassins van folie

 

 

 

 

20.4.     Aanlegvergunningregels

Het is verboden op of in de in 20.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders(aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         Ophogen van de bodem

2.         Aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande             kaden

3.         Diepploegen en diepwoelen

4.         Graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren

5.         Aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse energie-, transport en/of communicatieleidingen

6.         Vellen of rooien en het aanplanten van houtgewas

7.         Aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

20.5.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

 

Artikel 21.        Waterstaat- Waterberging

 

Toelichting

De dubbelbestemming Waterstaat- waterberging is toegekend aan die gronden welke bestemd zijn voor het langer vasthouden van water ter voorkoming van wateroverlast in lagergelegen gebieden.

 

Leeswijzer

Om van de algemene regelingen en bepalingen op de hoogte te zijn, dient u naast dit artikel met name de volgende planregels te raadplegen:

Artikel 1 t/m 3   Inleidende regels;

Artikel 22 t/m 29           Algemene regels;

 

Als u iets wilt dat niet lijkt te passen binnen de bestemming, kunt u de flexibiliteitregels van artikel 30 en 31 raadplegen om te kijken of deze wel mogelijkheden bieden.

 

21.1.     Bestemmingsomschrijving

De gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat-waterbergingsgebied’ zijn bestemd voor het langer vasthouden van water ter voorkoming van wateroverlast in lagergelegen gebieden.

 

21.2.     Bouwregels

Op de in 21.1. bedoelde gronden mag niet worden gebouwd.

 

21.3.     Specifieke gebruiksregels

De volgende werken en/of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de dubbelbestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 25 en zijn dus verboden:

1.         Ophogen van de bodem

2.         Aanleggen of verwijderen van kaden en/of het aanbrengen van veranderingen in bestaande             kaden

3.         Aanbrengen van oppervlakteverharding

4.         Aanleggen van mest- of waterbassins van folie

 

21.4.     Aanlegvergunningregels       

Onverminderd het bepaalde in 21.3. is het verboden op of in de in 21.1. bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders ( aanlegvergunning) de volgende werken, niet zijnde bouwwerkzaamheden uit te voeren:

1.         Afgraven, vergraven en egaliseren van de bodem

2.         Het diepploegen en diepwoelen

3.         Graven, verbreden, verbeteren of dempen van sloten, greppels of kleine geïsoleerde wateren

4.         Het aanleggen van drainage

5.         Aanbrengen van ondergrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen.

6.         Aanbrengen van bovengrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

7.         Vellen of rooien en het aanplanten van houtgewas

8.         Aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen

 

Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, en in het beeldkwaliteitplan.

Geen aanlegvergunning is vereist voor normaal onderhoud en beheer (werkzaamheden in de bodem tot een diepte van maximaal 40cm).

 

21.5.     Flexibiliteitregels

In de algemene regels en de artikelen 30 en 31 van dit bestemmingsplan zijn de eventueel van toepassing zijnde ontheffingen en wijzigingsmogelijkheden opgenomen.


Hoofdstuk 3        Algemene regels

 

Artikel 22.        Anti- dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan, waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Artikel 23.        Algemene bestemmingsregels

Toelichting

Een van de uitgangspunten van het bestemmingsplan is, is het verhogen van de kwaliteit van het buitengebied in ruime zin. Dit betekent dat er in alle bestemmingen ruimte is voor ontwikkelingen, die de kwaliteit verhogen.

Alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor:

1.         Landschapsopbouw onder andere in de vorm van een groene erfinrichting met een minimale          omvang van 20% van het bebouwde en verharde deel van het bestemmingsvlak;

2.         Behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden;

 

Artikel 24.        Algemene bouwregels

 

24.1.     Algemeen

1.         Bouwplannen worden integraal getoetst wat betreft situering, verschijningsvorm, erfbeplanting,       inpassing en waterhuishouding. Voor bouwplannen gelden de criteria van het    beeldkwaliteitplan.

2.         Tenzij anders in de regels is bepaald, is ondergronds bouwen, waaronder wordt verstaan het         bouwen tot meer dan 1 meter beneden peil, niet toegestaan.

 

24.2.     Defensiezones

1.         Het is niet toegestaan om binnen het gehele plangebied enig bouwwerk te bouwen,          houtopstanden of beplanting aan te brengen of de bodem op te hogen met een grotere hoogte             dan 65m¹ boven NAP;

2.         Het is niet toegestaan om op gronden binnen de Inner Horizontal en Conical Surface enig             bouwwerk te bouwen, houtopstanden of beplanting aan te brengen of de bodem op te hogen      met een grotere hoogte dan 45m¹ boven NAP;

3.         Het is niet toegestaan om op gronden binnen de invliegfunnel enig bouwwerk te bouwen,   houtopstanden of beplanting aan te brengen of de bodem op te hogen met een grotere hoogte             dan 40m¹ boven NAP.

4.         Het is niet toegestaan een nieuw geluidsgevoelig object toe te voegen op gronden gelegen            binnen de 35 KE-lijn, behoudens de uitzonderingen opgenomen in het Besluit Geluidsbelasting Grote Luchtvaartterreinen 1996.

5.         Het is niet toegestaan een nieuw geluidsgevoelig object toe te voegen op gronden gelegen            binnen de 50 dB(A) geluidscontour.

6.         Het volgende is niet toegestaan op gronden binnen de Veiligheidszone-munitie:

            zone 1:             - bebouwing;

                                   - openbare wegen, personenspoorwegen en druk bevaren

                                   - waterwegen;

                        <